sanne rispens

writings

Scheve zakken

Reality-tv is niet bepaald highbrow te noemen. Het begon in de jaren negentig met MTV’s The Real World, (een huis waarin een stuk of tien adolescenten heel hard tegen elkaar schreeuwden met hele lelijke Amerikaanse stemmen) en de afgelopen tien jaar zijn we via Big Brother, America’s Next Top Model, Idols en Dancing With The Stars beland bij pareltjes als Jersey Shore en Oh Oh Cherso.

Om de een of andere reden hoop ik dat deze chick eigenlijk een conceptueel kunstenaar is die van zichzelf een levend commentaar heeft gemaakt van Alles Wat Er Fout Is Aan Nederland.

Wat mij betreft mag het hele genre een stille, pijnloze dood sterven, vooral omdat ik de gewoonte heb reddeloos verslaafd ter raken aan de meest schermvervuilende dreck die er bestaat – mijn persoonlijke rock bottom-moment ia de avond van de Oh Oh Cherso-marathon, maart 2010. Ik kan me niet herinneren wanneer ik voor het laatst televisie heb gekeken – maar het zal niet naar Arte of de VPRO geweest zijn. Ik heb Zomergasten dit jaar laten schieten omdat ik doodmoe werd van de gedachte vier uur lang te staren naar twee beschaafd converserende mensen, zonder dat een van de twee zou gaan schelden, huilen of met stoelen gooien.

Natuurlijk heb ik wel een soort Zomergasten-lijstje in mijn hoofd van dingen die écht goed zijn, en niet horen bij de guilty pleasures waar ik zo gevoelig voor ben. De geweldige Terry Zwigoff-film Ghost World bijvoorbeeld, of de HBO-documentaire Paradise Lost, over drie jongens die tijdens een moderne heksenjacht tot levenslange gevangenisstraf werden veroordeeld in Arkansas. Toch staat er ook één televisieprogramma op dat lijstje dat duidelijk afkomstig is uit het verderfelijke reality-genre: Project Runway. De premisse is simpel: een groep ontwerpers krijgt elke aflevering de opdracht om een outfit te maken, die dan wordt getoond op een catwalk en beoordeeld door een jury onder leiding van ontwerper Michael Kors. Elke week wordt er één ontwerper met een kortaf “auf wiedersehen” van presentatrice Heidi Klum weggestuurd: de laatst overgebleven deelnemer krijgt een geldbedrag waarmee hij of zij een eigen modelijn kan beginnen. Natuurlijk bezit Project Runway alle kenmerken van een goede realityshow – drama, ruzies, geroddel achter elkaars rug  – maar het verschil met programma’s als America’s Next Top Model of The Hills is dat deze mensen écht getalenteerd zijn.
Een andere reden dat ik zo hou van Project Runway – naast het luisteren naar de stem van Tim Gunn – is dat het me doet denken aan de modeacademie.


Niet dat we ons daar bezighielden met het het binnen één dag creëren van waanzinnige couturejaponnen of het maken van outfits voor honden, barbiepoppen of drag queens; mijn ongeoefende creaties deden volgens mijn zusje het meeste denken aan “scheve zakken”, en de opdrachten (“challenges” in PR-taal) hielden in dat we kledingstukken op modefoto’s uit 1986 na moesten maken.

Het zijn de koortsachtige paniekmomenten halverwege de aflevering, wanneer de ontwerpers op het laatste moment hysterisch met lijmpistolen in de weer gaan, teneinde 84 applicaties op de kraag van een japon te bevestigen. Hoe ze per ongeluk over hun eigen vinger heen naaien terwijl ze die laatste naad afwerken, met bloedvlekken op het kledingstuk en flauwvallen tot gevolg. De ruzies wanneer ze in teams een avondjurk moeten maken (ik herinner me een deelnemer die tegen haar teamgenoot schreeuwde: “I don’t care if you gotta cry, but cry and cut. Don’t stop and cry – cry and WORK!”). Ik weet niet hoe vaak ik huilend naar de wc ben gerend tijdens dat jaar op de modeacademie, maar nog jaren later kreeg ik wegtrekkers als ik mijn naaimachine per ongeluk tegenkwam bij een verhuizing.

Een tijdje geleden leed ik aan een lichte inzinking die maakte dat ik alleen nog maar in bed wilde liggen en trashy series kijken op mijn laptop. Opeens merkte ik dat ik nergens zo van opknapte als van Project Runway; de ontwerpers die in een race tegen de klok kledingstukken moesten fabriceren van auto-onderdelen, of de bizarre opdracht kregen een outfit voor een female wrestler te ontwerpen, vervulden me van nieuwe energie.
Ik kwam uit bed en vond mijn naaimachine, vergeten in de hoek van het zijkamertje dat ik altijd “de blauwe kamer” noem, niet omdat het lijkt op een vertrek in een adellijk kasteel, maar omdat ik in een vlaag van verstandsverbijstering de muren in een achterlijke smurfenkleur heb geschilderd. Ik ging zitten en na drie youtube-instructiefilmpjes lukte het me de machine in te rijgen. Ik heb geloof ik zeven steeds iets minder scheve kussenhoezen gemaakt van een paar oude pyjamabroeken. En een paar dagen later zat ik op mijn knieën op de grond een patroon te tekenen.

Deze top (of minijurk)  is mijn laatste project. Ik realiseerde me dat het toch weer een beetje een “scheve zak” is, maar ditmaal eentje met een redelijke pasvorm.

Ik ben er eigenlijk gewoon ontzettend trots op; niet omdat het een fantastische haute couture-look is, maar omdat ik mijn naaimachine-trauma heb overwonnen. En dat allemaal dankzij Project Runway – en natuurlijk Tim Gunn – de “mentor” van het programma die de ontwerpers aanstuurt en advies geeft op een manier die zowel hilarisch als extreem rustgevend is (“Why is there so much consternation and sturm und drang?”) – zijn “Make it work” en “Carry on” zijn inmiddels iconisch.

Wanneer je het moeilijk hebt is dat eigenlijk het enige wat je nodig hebt: “Make it work”.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Informatie

Dit bericht is geplaatst op september 4, 2011 door in handwerk, kijk.
%d bloggers op de volgende wijze: