de laatste mode

September is modemaand. Wie toevallig een glimp opvangt van de laatste shows op de modeweken in respectievelijk Londen, Milaan en New York (Parijs is net begonnen), denkt hoogstwaarschijnlijk: “WTF.”
Miuccia Prada kwam afgelopen week in Milaan op de proppen met onder andere versierde plateausandalen, tops die deden denken aan origami-werkstukken  en zwart-witte bloemetjesbrillen.
Gareth Pugh stuurde zijn modellen de catwalk op met gordijnen over hun hoofd en rode eyeliner (een griezelig effect dat door iemand werd omschreven als ‘the bloody panda look’).

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Vivienne Westwood ziet ons het liefst in beeldschone kleurige jurkjes, maar dan wel met groengeschminkte gezichten.
Haute couture is voor velen slechts decadente waanzin, en de tweejaarlijkse modeweken louter vehikels voor beroemdheden en over het paard getilde moderedacteuren. Toch geniet ik altijd van september. Van de vuistdikkeVogue, van de spectaculaire shows en vooral van alle haat en nijd eromheen. Bij de show van Zac Posen in New York bleken er te weinig stoelen voor alle genodigden, en een redacteur van het Franse magazine Jalouse was hier zo vertoornd over dat ze de PR-dame in kwestie een flinke vuistslag verkocht. “I humiliated her in front of her people. Voilà. I just said at the end, ‘Now you know you don’t fuck with French people.’”, verklaarde ze later.

De modewereld is wellicht een decadente slangenkuil, en modemensen zijn over het algemeen Heel Erg Eng, maar het werkt buitengewoon verfrissend om urenlang te staren naar prachtig gemaakte kleding als je even geen zin hebt in alle lelijkheid om ons heen. Bovendien weet ik nu dat ik altijd nog gewoon een gordijn over mijn hoofd kan hangen.

Verschenen op hard//hoofd, 1 oktober 2012

Kreeftenjurk

Ieder jaar organiseert het Metropolitan Museum of Art in New York een prestigieuze modetentoonstelling, waarvan de opening sinds 1948 hét modefeestje van het jaar is: het Met Ball.

De tentoonstelling Schiaparelli and Prada: Impossible Conversations opent morgen haar deuren, en belooft een spektakel te worden: topstukken uit vroegere collecties van modehuizen Prada en Schiaparelli zijn in het Metropolitan met elkaar ‘in dialoog’ gebracht. Elsa Schiaparelli was een concurrente van Coco Chanel, die in de jaren dertig mode en kunst op revolutionaire wijze combineerde: ze was bevriend met de surrealisten en creëerde draagbare kunst: trompe l’oeuil-jasjes, hoeden in de vorm van schoenen en avondjurken met scheuren, kreeften en skeletten.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Op het Assepoester-achtige sprookjesbal in Manhattan gaf Vogue-hoofdredactrice Anna Wintour traditiegetrouw acte de présence als De Heks – als altijd in bont, en een Prada-replica van de lobster dress. De spectaculaire Assepoester van de avond was actrice Carey Mulligan, maar waar zangeres Florence Welch in haar slagroomtaart van McQueen nog kon figureren als goede fee, sloegen Beyonce en Marc Jacobs – beiden in zwartkanten japonnen – de plank volledig mis (bij Beyonce was het probleem een overdaad aan paarse veren, bij Marc zijn witte boxershort).

De invloed van een dergelijke tentoonstelling (en rode loper) moet niet onderschat worden. Italiaans zakenman Diego della Valle kondigde plotseling aan het huis Schiaparelli na zestig jaar te herlanceren met en nieuwe winkel aan het Place Vendome, en een comeback-collectie (John Galliano wordt al genoemd als hoofdontwerper). Het lijkt een trend van de afgelopen jaren: vergeten modehuizen worden voor een appel en een ei opgekocht en vervolgens, terend op de goede naam uit het verleden, met veel bombarie opnieuw gelanceerd. Zakenman Arnaud de Lummet haalde dit kunstje al uit met Vionnet, en probeert nu hetzelfde te doen met Mainboucher en Herbert Levine.

Hoewel de herrijzenis van Schiaparelli met enthousiasme wordt begroet, is het nog maar de vraag of men in staat zal zijn de iconische geschiedenis van het modehuis eer aan te doen: de motivatie van mannen als Della Valle en De Lummet is puur berekenend – ze kopen een naam, pompen er geld in, gooien er een bekende ontwerper tegenaan en hopen dat mensen het gaan kopen. Misschien heeft Miuccia Prada, die samen met Schiaparelli werd geëerd in het Met, het wel het beste begrepen van iedereen.

‘I make clothes,’ zei ze tegen de New Yorker. ‘It’s silly.’.

 

Verschenen op hard//hoofd in de rubriek hard//talk, 9 mei 2012

golden girl

Dit is fantastisch. Ik wil deze hele outfit dragen op mijn verjaardagsfeestje, dat ongetwijfeld zal eindigen in nachtcafé Pollux – één van de weinige plekken in Amsterdam waar niemand een wenkbrauw zal optrekken als je binnentreedt in een CRAZY gouden jurk met bijbehorende tulband.

Er zitten ook super enge etalagepoppen aan de bar (hier niet te zien).

De tulband is sowieso ondergewaardeerd. Wellicht gaat de herlancering van Maison Schiaparelli daar verandering in brengen (later meer daarover op hard//hoofd!).

Luxe laagjes

Crinolines, petticoats, korsetten, kousen, queues, onderrokken, directoires: wij vrouwen zijn eeuwenlang schuilgegaan onder lagen en nog meer lagen textiel. En dan heb ik het alleen over onderkleding: de crinoline (een soort stalen kooi die om het middel bevestigd werd) torste een japon waarin soms wel zestig meter zijde verwerkt was, die tevens maakte dat een echte dame alleen zijwaarts door een gemiddelde deuropening kon. Om over zitten of naar de wc gaan maar te zwijgen.

Rond 1860 had de japon zijn maximale omvang bereikt: vanaf dat moment kromp het vrouwelijk silhouet steeds verder in tot het rond 1880-1890 was gereduceerd tot een zuil-achtige vorm met slechts de suggestie van billen dankzij de queue de Paris – een met paardenhaar gevuld kussentje dat onder de rokken werd gedragen. Vrouwen uit de hogere klassen werden iedere dag in een korset geregen dat elk soort figuur met grof geweld in de bevallige ligne wist te persen. De twintigste eeuw maakte een einde aan misvormde ribben, met de losse japonnen van Paul Poiret en Madeleine Vionnet waarin een vrouw zich daadwerkelijk kon bewegen. Coco Chanel bracht het verwenste korset de genadeklap toe met haar vrijetijdskleding van jerseystof. Roklengtes kwamen niet meer ver onder de knie, en tijdens de Tweede Wereldoorlog verdween vanwege textielrantsoenering zelfs de kous even uit beeld. De altijd zo noodzakelijke lagen – korset, onderjurk, petticoat – werden na de jaren vijftig in rap tempo afgepeld: waar de mod-meisjes in Londen nog shockeerden met de minirokken van Mary Quant, dartelden de bloemenkinderen een decennium later vrolijk rond in de jurken van hun oma’s, maar dan zonder ondergoed en op blote voeten.

We dragen tegenwoordig kleding en onderkleding van luchtig, ademend materiaal dat dicht op het lichaam gedragen wordt, bij voorkeur van eco-katoen. Korsetten zijn er alleen nog voor feestjes met een burlesque-thema, en de gemiddelde vrouw heeft echt geen onderjurk meer in haar kast hangen. Ik kocht ze regelmatig in vintagewinkeltjes: flodderige kanten jurkjes in roze of wit, ooit gebruikt om een perfect silhouet te creëren, nu hoogstens geschikt voor het strand.

Hoewel een martelwerktuig als het korset gelukkig in de allerdiepste krocht van de modegeschiedenis is verdwenen, maken bepaalde elementen uit de ‘laagjesmode’ regelmatig een comeback. Dit seizoen waren er op de internationale catwalks veel romantische prinsessenjurkjes in onderjurkstijl te zien, met kant, broderiën en tule (Dior, Vuitton, Chanel), met wit als één van de hoofdkleuren. Valentino toonde lange, opengewerkte jurken met veel kant en geappliceerde bloemen, en de modellen in McQueen’s romantische voorjaarsshow werden door Vogue ‘sumptuous sea nymphs’ genoemd. Stella McCartney introduceerde pyjama-achtige looks: lange, rechte broeken van luxe materialen als zijde en satijn, met simpele shirtjes en jasjes. Het zijn allemaal haute couture-varianten op de onderkleding van weleer, aangepast op de eisen van 2012.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

We mogen ons weer hullen in kanten jurkjes en zijden gewaden; de luxe laagjes van vroeger zijn terug van nooit helemaal weggeweest. Heerlijk voor de zomer, zonder ondergoed en met blote benen.

Verschenen op hard//hoofd op 12 april 2012

The Face aflevering 2

We openen met de eerste ochtend in het appartement. Het mag dan een luxe grachtenpand zijn, de modellen slapen allemaal naast elkaar in kleine eenpersoonsbedjes – het lijkt wel een Victoriaans weeshuis. Timothy vertelt dat sommige medebewoners een ochtendhumeur hebben; misschien heeft dat iets te maken met je belachelijke bril, dude.


Cinzia vindt John ‘de leukste jongen in het huis’. Oh God. Boeker Jeroen heeft castings geregeld; de modellen zijn nu, zoals een zeer getoupeerde Sylvie vertelt, ‘in dienst van modellenbureau The Face’. Als ze een klus binnenhalen, verdienen ze ‘geld’ voor het bureau en kunnen ze niet worden weggestuurd. De eerste castings zijn voor een show op Amsterdam Fashion Week; Sjaak Hullekes voor de mannen, en Bas Kosters voor de dames.

Rabia’s eerste reactie op Bas Kosters is ‘Shit’, omdat hij van ‘aparte typetjes’ houdt. Bas zit in een soort loods met een soort assistent naast zich, en laat de meisjes op platte schoenen voor hem lopen. Cinzia draagt volgens mij UGGS? Girl.
Bas vindt dat Sharona op Monique Sluyter lijkt. Frappant! Janine is met haar 1.71 meter te klein voor Bas, waar ze erg bitter over is. Bas, die zoekt naar ‘afwijkende schoonheid’, kiest Anne, Rabia en Tessa voor zijn show – iemand die mij kan vertellen wat er afwijkend is aan deze beeldschone meisjes krijgt een miljoen van mij, maar oké.
Janine vindt het ‘super ruk’ dat ze niet is gekozen. Janine ziet er uit als een schattig poppetje, maar ze praat als een bootwerker, wat heel grappig is.

Het groepje van Mark gaat naar de sportschool. Dit wordt geloof ik een ‘coachmoment’ genoemd. Simon krijgt als commentaar van Mark dat hij niet te breed moet worden; Dennis/2,7 daarentegen moet echt aan zijn kippenborst gaan werken. (2,7: ‘Ik kan toch ook anabolen nemen?’)
De mannencasting  is voor Sjaak Hullekes, die volgens mij de oudere broer van Pluk is.
Stefan mag een broek passen, maar hij krijgt hem niet dicht en mijn hart breekt een beetje als hij heel verdrietig zegt: ‘Ik heb gewoon best wel brede heupen.’. Opeens gaan ze allemaal over hun heupen praten, op een manier die ik zelfs in de meest menstruele omgevingen nooit heb gehoord. Timothy: ‘Ik heb volgens mij de grootste heupomvang van iedereen hier.’ Nou Timothy, je hebt in ieder geval de lelijkste bril van iedereen hier. Sorry. Justin en John worden uitgekozen voor de show. Ik vind Justin heel schattig met zijn vlinderdas en zijn kapsel en zijn Twentse accent.

De ‘special job’ deze week is een casting in Hilversum voor de leader van het programma. Regisseur Danny valt meteen met de deur in huis: ‘Het draait om LUST en SEKS.’ OKEE Danny. De modellen mogen zelf koppels maken. Dennis/2,7 gaat met Sharona (2,7: ‘Ja, ik stond het dichtste bij Sharona,’), John (‘voor mannen is dit makkelijker dan voor vrouwen’) zoent met de schattige Saskia en mijn favoriete combinette is Pluk en Janine. Janine lijkt wel een beetje verliefd op Pluk, hoewel ze zoenen met hem gelijkstelt aan ‘tongen met een vriendin’.
Justin kijkt heel ernstig in de camera met zijn beeldige kapsel, en zegt: ‘Ik ben hier niet om PORNO te maken, ik ben hier om mooi te werken.’. Misschien moet je een andere professie kiezen als je op zoek bent naar integriteit, Justin.
Lees verder

Vogue

Woensdagmiddag werd de eerste Nederlandse Vogue-cover gepresenteerd in het Conservatorium Hotel te Amsterdam: ‘een willekeurige Libelle uit de jaren vijftig met de uitstraling van een natte krant’ was één van de reacties die ik hoorde, hoewel er vanuit modekringen uiteraard veel lof is voor het project van voormalig Glamour-hoofdredacteur Karin Swerink. In het diepste geheim is er gewerkt aan deze eerste editie, die vandaag in de Bijenkorf als ‘collector’s edition’ te koop is, en vanaf morgen in alle winkels zal liggen.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Nu moet ik toegeven dat de cover (‘kuffer’) inderdaad een hoog retro-gehalte heeft: de in snoepjeskleuren getooide up-and-coming modellen Romee Strijd, Ymre Stiekema en Josefien Rodermans roepen associaties op met vroeg werk van modefotograaf Richard Avedon en zijn Hollandse tijdgenoot Paul Huf. Schattig, een beetje truttig en niet bepaald vernieuwend. Wellicht pleit het voor de redactie dat ze niet voor de ‘makkelijke’ weg hebben gekozen een gearriveerd Hollands topmodel als Doutzen Kroes of Lara Stone als covermodel te gebruiken, hoewel die laatste waarschijnlijk in staat was geweest deze keurige bedoening iets meer bite te geven.

Desondanks wil ik me nu eens niet aansluiten bij de cynici: laten we Vogue NL een eerlijke kans geven! Het is  zo makkelijk om altijd maar te roepen dat Nederland geen modeland is, en de gemiddelde Nederlander het stijlgevoel van een Drentse veenboer nooit is ontstegen; ik wéét dat 57 procent van de Nederlandse vrouwen de spijkerbroek het favoriete kledingstuk noemt en dat sartoriale horreurs als de Croc en de Ugg het hier altijd zullen winnen van een knappe stilettohak, maar zijn we niet ook het land van Viktor & Rolf, Eric Frenken en Michael van der Ham – die onlangs op de Londense modeweek hoge ogen gooide met zijn voorjaarscollectie? Karin Swerink mag dan geen Anna dello Russo zijn (de excentrieke editor-in-chief van Vogue Japan), ze heeft dit toch maar mooi van de grond gekregen. Ik geloof in Karin. En ik geloof dat ik, wanneer ik morgen de Nederlandse Vogue opensla, eindelijk eens verrast zal worden met artistieke fotografie, sterke modejournalistiek en interessante interviews.
Ik WIL het geloven.

Verschenen op 21 maart 2012 op hard//hoofd, in de rubriek HardTalk.