Máxima: reina de la moda of girl next door?
mei 1, 2013 § Geef een reactie
De. Jurk. Er wordt volop gespeculeerd over Máxima’s kroningsjapon. Misschien wel weer een leren exemplaar, of zo’n lekker gekke set van Jan Taminiau. Of zou ze weer veilig kiezen voor Valentino?
Hoewel ik Max bewonder om haar sartoriale durf (ze verscheen onlangs nog op het huwelijk van een Luxemburgse prins met een hoed die ironisch bedoeld móet zijn geweest), op echte smaak heb ik haar nog niet kunnen betrappen. Haar lievelingskleuren rood en camel neigen naar het vulgaire, en de malle gewaden waarin ze zich pleegt te hullen wanneer er ‘gala’ op het programma staat doen over het algemeen niets voor haar. En het zal wel aan mij liggen dat ik dat beroemde spijkerjasje gewoon Heel Erg Stom vond.
Waar Max wel goed in is: casual. Op staatsbezoek in Mongolië werd ze gefotografeerd op een paard, in lange broek en overhemd. Je kunt het meisje wel uit Argentinië halen, maar als je het mij vraagt droomt Max er soms van om over de pampa’s galopperen, compleet met sombrero de vaquero en een Javier Bardem-lookalike op haar hielen. Maar we dwalen af.
De Engelse kroonprinses lijkt het al beter te doen. Kate Middleton trouwde in Alexander McQueen en op de simpele doch hippe jurkjes waar ze een voorliefde voor heeft, ontstaat vaak een enorme run nadat zij ze gedragen heeft. Zelfs in het gangbare royal-kostuum van geruite mantels en matching hoedjes weet ze er nog iets van te maken, hoewel de typisch Britse tuttigheid er ook bij Kate met geen mogelijkheid uit te rammen is.

Kate in jurkje van Erdem
Voor echte royale stijl moeten we terug in de tijd. Twee van deze drie koninklijke stijliconen zijn, net als Max en Kate, zogenaamde burgermeisjes. Een snelle blik op sommige royals die nog echt afstammen van de oud-adellijke families leert ons dat het verdunnen van de genenpoel DNA-technisch gezien geen slecht idee is geweest. Want wanneer prinsen slechts met echte prinsessen mogen trouwen, is het resultaat (om maar een voorbeeld te noemen) onze eigen aanstaande koning. Geen groot licht, en al helemaal geen stijlicoon.
Dus Max, prestar atención.
« Lees de rest van dit artikel »
Tim
november 21, 2012 § Geef een reactie
“Kinderen zijn de ergste fascisten”, zei Annie M.G. Schmidt ooit. Onze nationale knuffeloma veroverde Nederland met haar kinderboeken en versjes, maar Annie’s eigen jeugd was verre van idyllisch. Als beschermd opgevoed dochtertje van de dominee hoorde ze er nooit bij. “Hoezeer ik me ook in bochten wrong en hoezeer ik me ook vernederde.”
Ook schrijver Arthur Japin werd vroeger gepest (“er zijn peuken in mijn gezicht uitgedrukt”). Hij hekelde in de Volkskrant de vroegere school van Tim Ribberink, waar men nooit iets zou hebben gemerkt van het jarenlange getreiter dat zich ook op internet afspeelde. “Als anonieme pesters op internet mogen, mogen ook sluipschutters”, zegt Japin, “de woorden daar zijn niet minder dan kogels, bedoeld om te doden.”
Tim Ribberink werd trending op 5 november. Vooral op Twitter sprak iedereen zijn afschuw uit over pesten, de website moetenwenietwillen noemde Tims pesters “het doodschoppen nog niet waard”.
Op de een of andere manier klinkt al die morele verontwaardiging met bijbehorende holle frasen (“RIP TIM!!!”) buitengewoon hypocriet. Pesten is een onvermijdelijk gevolg van groepsdynamiek, zowel onder kinderen als volwassenen. Iedereen weet dat pesten slecht is. Sociaal wetenschapper Linda Duits wil dan ook af van het zwartwitte denkpatroon rond dit thema: “Pestkoppen en gepeste jongeren zijn niet te reduceren tot moedwillige slechteriken en onschuldige slachtoffers.”
Zoals het cinematografische meesterwerk Mean Girls op briljante wijze in beeld bracht, is een schoolplein nog het beste te vergelijken met een apenrots, waar degene die het hardste schreeuwend op zijn borst slaat de dienst uitmaakt.
Kinderen hebben een ijzersterk instinct voor het eruit pikken van de meer introverte en dus zwakkere elementen in de groep. (Ik moet altijd denken aan de Discovery-beelden van stoffige savannes, waarop die ene hinkende gazelle te grazen wordt genomen door een hongerige leeuw.)
Als we accepteren dat pesten niet te bestrijden valt met morele verontwaardiging, hoe oprecht ook, wordt het misschien tijd voor een meer genuanceerde benadering. Zodat kinderen die niet automatisch bovenop de apenrots zitten, ook niet meer meedogenloos voor de leeuwen worden gegooid.
Op 15 november verschenen op hard//hoofd, in de rubriek hard//talk.
Confetti
oktober 28, 2012 § Geef een reactie
Ik bezocht de expositie Confetti Generation van het Amsterdamse fotografieplatform Polly’s Picture Show, en peinsde over mijn generatie.
In 2010 kwam HP/De Tijd met een special van 84 pagina’s over ‘De Confettigeneratie’. De makers worden omschreven als ‘een aanstormende jonge garde’: negentien studenten van de postdoc Dagbladopleiding Journalistiek.
Ze schreven een Manifest.
Wij, de confettigeneratie, bestaan juist bij de gratie van veelheid. De vele verschillende kleuren confetti geven telkens een ander gevoel, samen maakt het een feest. Elk puntje van de taart heeft een ander smaakje dat we willen proeven, want we zeggen geen nee. Alles moet worden geprobeerd.
Het gaat verder. Yoga, wereldreizen, hippe clubs, twitter, coke, smartphones, blablabla. Ik word altijd een beetje moe van dit soort Manifesten – het woord Manifest suggereert namelijk een revolutionair statement, geen gemompel over smartphones. Denk bijvoorbeeld aan het beroemde Manifeste du Surréalisme, geschreven door André Breton in 1924:
Het reduceren van de verbeelding tot een staat van slavernij – zelfs wanneer dit de eliminatie betekent van wat men verstaat onder geluk – is het verraden van absolute rechtvaardigheid binnen onszelf. Alleen verbeelding geeft een glimp van wat zou kunnen zijn.
Je moet even door het Freudiaanse gewauwel heenlezen, maar dan blijft er een explosieve, revolutionaire boodschap over. De Surrealisten wijzen het rationalisme af en noemen de droom als enige ware staat van zijn. Je vindt het onzin of je vindt het briljant (het feit dat het Surrealisme één van de meest invloedrijke kunststromingen van de twintigste eeuw is doet neigen naar ‘briljant’) – maar het is in ieder geval een statement.
Over statements gesproken. In oktober 2009 wordt Amsterdam door deze redactie volgeplakt met de hard//hoofd-proclamatie:
The Rotterdam Job
oktober 28, 2012 § Geef een reactie
Kunstroof! Zeven schilderijen gestolen uit de Kunsthal in Rotterdam! Toen ik op dinsdagochtend 16 oktober de koppen in de kranten zag schoten er direct scènes uit Hollywoodfilms door mijn hoofd. Hoe kon dit gebeuren? Ik stelde me boeven voor in zwarte maillots, die behendig een web van laserstralen ontweken (Catherine Zeta-Jones in The Entrapment), complexe operaties van internationale kunstdieven (Pierce Brosnan in The Thomas Crown Affair) of toch tenminste iets met een ensemblecast van criminelen (Ocean’s Twelve) en een spectaculaire vluchtscène (The Italian Job).
Niets van dat alles. Op beelden die SBS6 op 19 oktober naar buiten bracht, zien we twee wazige figuren met rugzakjes doodgemoedereerd het museum binnenwandelen zonder zelfs maar de deur achter zich dicht te doen. Je ziet ze heen en weer lopen, hun buit rustig opstapelen en vervolgens verdwijnen in de nacht. Geen laserstraal of maillot te bekennen – zelfs voor hondsbrutale kunstdieven blijkt het oud-Hollandse adagium ‘doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’ op te gaan. Datzelfde geldt kennelijk voor het beveiligingssysteem van het museum.
Dat dit werkelijk ‘state of the art’ was waag ik dan ook te betwijfelen. De directeur van de National Portrait Gallery in Londen sprak zijn sympathie uit, maar voegde er wel aan toe dat zíjn museum onlangs nog alle beveiliging had laten vernieuwen, ten behoeve van een diefstalgevoelige Lucian Freud-tentoonstelling. BURN.
Maar niemand heeft het erover waar de Kunsthal adequate beveiliging in godsnaam van had moeten betalen. Nederlandse musea zijn zwaar afhankelijk van subsidie, en investeren liever in een prestigieuze tentoonstelling dan in nieuwe bewegingsdetectoren.
De diefstal van deze kunstwerken is een tragedie, en het is nog niet eens duidelijk wat de schade is op internationaal pr-gebied. Ik hoop maar dat het Van Gogh Museum, dat onlangs zijn deuren sloot voor een grote verbouwing, ook wat geld te besteden heeft aan een strak beveiligingssysteem. Met laserstralen graag. Als het om onze nationale trots gaat kan het niet Hollywood genoeg zijn.
Verschenen op hard//hoofd in de rubriek hard//talk, 24 oktober 2012
de laatste mode
september 28, 2012 § Geef een reactie
September is modemaand. Wie toevallig een glimp opvangt van de laatste shows op de modeweken in respectievelijk Londen, Milaan en New York (Parijs is net begonnen), denkt hoogstwaarschijnlijk: “WTF.”
Miuccia Prada kwam afgelopen week in Milaan op de proppen met onder andere versierde plateausandalen, tops die deden denken aan origami-werkstukken en zwart-witte bloemetjesbrillen.
Gareth Pugh stuurde zijn modellen de catwalk op met gordijnen over hun hoofd en rode eyeliner (een griezelig effect dat door iemand werd omschreven als ‘the bloody panda look’).
Vivienne Westwood ziet ons het liefst in beeldschone kleurige jurkjes, maar dan wel met groengeschminkte gezichten.
Haute couture is voor velen slechts decadente waanzin, en de tweejaarlijkse modeweken louter vehikels voor beroemdheden en over het paard getilde moderedacteuren. Toch geniet ik altijd van september. Van de vuistdikkeVogue, van de spectaculaire shows en vooral van alle haat en nijd eromheen. Bij de show van Zac Posen in New York bleken er te weinig stoelen voor alle genodigden, en een redacteur van het Franse magazine Jalouse was hier zo vertoornd over dat ze de PR-dame in kwestie een flinke vuistslag verkocht. “I humiliated her in front of her people. Voilà. I just said at the end, ‘Now you know you don’t fuck with French people.’”, verklaarde ze later.
De modewereld is wellicht een decadente slangenkuil, en modemensen zijn over het algemeen Heel Erg Eng, maar het werkt buitengewoon verfrissend om urenlang te staren naar prachtig gemaakte kleding als je even geen zin hebt in alle lelijkheid om ons heen. Bovendien weet ik nu dat ik altijd nog gewoon een gordijn over mijn hoofd kan hangen.
Verschenen op hard//hoofd, 1 oktober 2012
liever niet hier
augustus 22, 2012 § Geef een reactie
Verwacht hier geen analyse van hockey, zwem –en turntriomfen; ten eerste ontbreekt het me aan de expertise, ten tweede zat ik ten tijde van de Olympische Spelen rosé te zuipen in Frankrijk. Het was dan ook een vervreemdende ervaring om afgelopen maandag de bombastische slotceremonie te aanschouwen, die het midden hield tussen ‘campy feest’ en ‘nationalistisch spektakelstuk’.
Het doven van de Olympische vlam is traditiegetrouw een vrolijk moment, waarbij alle atleten zij aan zij door het stadion paraderen, begeleid door folkloristische liederen en obscure volksdansen. Waar de openingsceremonie bol staat van plechtigheid, is de afsluiting, waarbij het Olympische stokje wordt doorgegeven aan het volgende gastland, doorgaans een stuk lichter van toon.
De slotceremonie in Londen was op sommige momenten pure Britse camp, met als absoluut hoogtepunt Monty Pythons Eric Idle die (bijgestaan door een operazangeres en nonnen op rolschaatsen) Always look on the bright side of life zong.
‘A Symphony of British Music’ was de ondertitel van het drie uur durende festijn, en er trok dan ook een parade van dode en levende Britse sterren voorbij. George Michael zong Freedom, een kinderkoor zong Imagine en zelfs Freddie Mercury was voor de zoveelste keer uit het graf gesleurd om digitaal zijn vergrijsde bandleden te begeleiden – die Brian May moet er inmiddels toch een beetje klaar mee zijn om steeds met een soort diascherm op te moeten treden, maar hij liet niets merken. De Spice Girls arriveerden in vijf Londense taxi’s en zorgden voor een hilarische uitsmijter. Tussendoor waren er figuranten in Victoriaanse kostuums, die het Britse verleden vooral als een kneuterige Mary Poppins-tijd moesten neerzetten. Het resultaat was Harry Potter on crack. De boodschap? ENGELAND IS GEWELDIG! (En dat bovendien altijd geweest!).
Londen sloot haar olympiade af met een strak geregisseerd patriottistisch orgasme waar Leni Riefenstahl trots op was geweest. Inmiddels wordt er koortsachtig gelobbyd om de Spelen van 2028 naar Amsterdam te krijgen. Laten we in godsnaam hopen dat de eer wederom naar een ander land gaat, want een duet tussen André Hazes en Guus Meeuwis, begeleid door een showballet in VOC-kostuums, kan ik echt niet aan.
Verschenen op hard//hoofd in de rubriek hard//talk, 15 augustus 2012
De Gullit Tapes
juli 4, 2012 § Geef een reactie
Het einde van een liefdesrelatie kan ontaarden in Shakespeariaans drama, met haat, jaloezie en soms zelfs moord en doodslag als hoofdingrediënten. Het einde van het huwelijk van Estelle en Ruud ‘De Zwarte Tulp’ Gullit resulteert daarentegen in pure slapstick. Eerst beschuldigde Estelle Ruud ervan al jaren diverse affaires te hebben gehad, vervolgens bleek zijzelf een relatie te zijn begonnen met de 27-jarige kickbokser Badr Hari.
Maar ook: Ruud heeft volgens eigen zeggen afluisterapparatuur geplaatst (de GULLIT TAPES) om zijn vermoedens over zijn echtgenote te bevestigen. Melodramatisch verklaarde hij: “Ik werd bedrogen in mijn eigen huis!”
Dit alles culmineerde in het fantastische verhaal dat Estelle, terugkomend van een clandestien tripje naar Marokko met haar minnaar, op Schiphol werd bespied door een incognito Ruud, die zich zou hebben verstopt achter een vuilcontainer. EEN VUILCONTAINER. (Dit verhaal schreeuwt om de door roddelbladen als Privé zo geliefde HOOFDLETTERS.)
Met dit soort saillante details (SAILLANTE DETAILS) is het geen wonder dat de capriolen van Ruud&Estelle de gemoederen al ruim een week bezighouden – zelfs de doorgaans als humorloos bekendstaande broertjes De Boer konden het niet laten een gefotoshopte Ruud in een vuilnisbak te twitteren, en de redactie van RTL Boulevard draait overuren om al het gegooi met modder te rapporteren.
Estelle is sinds haar showbizzhuwelijk met Ruud een van de bekendste voetbalvrouwen van Nederland, die in tegenstelling tot de meer ambitieuze Sylvie van der Vaart voorheen volkomen content leek met shoppen in de PC en de föhntechnieken van Leco van Zadelhoff.
Maar Estelle wil nu meer. Met haar op handen zijnde scheiding, jongere minnaar en recente carrièremove als interviewster voor Beau Monde lijkt ze af te stevenen op een nieuw bestaan als mediapersoonlijkheid. Privé’s Evert Santegoeds noemde haar in Het Parool een “intrigerende schoonheid”, en voorspelde Estelle een glanzende televisiecarrière.
Ik zie haar eerder als een Hollandse Ivana Trump: deze hoogblonde ex-vrouw van de beroemdste zakenman van Amerika wist een vernederende scheiding om te buigen in een netwaarde van ruim honderd miljoen dollar.
In een cameo in The First Wives Club sprak Trump de historische woorden: “Ladies, don’t get mad. Get EVERYTHING.”
Arme Ruud.
Verschenen op hard//hoofd in de rubriek Hard//Talk, 27 juni.
NotThatSexy op hard//hoofd
juni 13, 2012 § Geef een reactie
Ik en mijn collega Riekje Jongsma werden door hard//hoofd geïnterviewd over ons literaire project NotThatSexy:
Waarom zijn jullie hier in vredesnaam mee begonnen? En hoe?
We kregen een half jaar geleden carte blanche om “iets met seks” te doen op een feestje van Club Zonder Filter. Het leek ons leuk om de bezoekers te vragen naar hun meest gênante seksuele ervaringen. Degene met het ergste of grappigste verhaal kreeg een prijs. Dat werd een succes. De hele avond stond er een rij voor ons hoekje, mensen zaten op de grond en van iedereen kregen we volgekrabbelde papiertjes met verhalen, hartekreten en zelfs gedichten. De volgende dag maakten we de blog NotThatSexy en zijn we de verhalen – anoniem – gaan publiceren.
Wat zouden jullie nooit meer doen?
Op de kunstacademie hebben we paddo’s gegeten, een heel lelijk schilderij gemaakt en dat gefilmd. Drugs en kunst is geen goede combinatie.
Wat is jullie lievelingsdier (als collectief)?
Wij houden van alle soorten monsters.
Kreeftenjurk
mei 15, 2012 § Geef een reactie
Ieder jaar organiseert het Metropolitan Museum of Art in New York een prestigieuze modetentoonstelling, waarvan de opening sinds 1948 hét modefeestje van het jaar is: het Met Ball.
De tentoonstelling Schiaparelli and Prada: Impossible Conversations opent morgen haar deuren, en belooft een spektakel te worden: topstukken uit vroegere collecties van modehuizen Prada en Schiaparelli zijn in het Metropolitan met elkaar ‘in dialoog’ gebracht. Elsa Schiaparelli was een concurrente van Coco Chanel, die in de jaren dertig mode en kunst op revolutionaire wijze combineerde: ze was bevriend met de surrealisten en creëerde draagbare kunst: trompe l’oeuil-jasjes, hoeden in de vorm van schoenen en avondjurken met scheuren, kreeften en skeletten.
Op het Assepoester-achtige sprookjesbal in Manhattan gaf Vogue-hoofdredactrice Anna Wintour traditiegetrouw acte de présence als De Heks – als altijd in bont, en een Prada-replica van de lobster dress. De spectaculaire Assepoester van de avond was actrice Carey Mulligan, maar waar zangeres Florence Welch in haar slagroomtaart van McQueen nog kon figureren als goede fee, sloegen Beyonce en Marc Jacobs – beiden in zwartkanten japonnen – de plank volledig mis (bij Beyonce was het probleem een overdaad aan paarse veren, bij Marc zijn witte boxershort).
De invloed van een dergelijke tentoonstelling (en rode loper) moet niet onderschat worden. Italiaans zakenman Diego della Valle kondigde plotseling aan het huis Schiaparelli na zestig jaar te herlanceren met en nieuwe winkel aan het Place Vendome, en een comeback-collectie (John Galliano wordt al genoemd als hoofdontwerper). Het lijkt een trend van de afgelopen jaren: vergeten modehuizen worden voor een appel en een ei opgekocht en vervolgens, terend op de goede naam uit het verleden, met veel bombarie opnieuw gelanceerd. Zakenman Arnaud de Lummet haalde dit kunstje al uit met Vionnet, en probeert nu hetzelfde te doen met Mainboucher en Herbert Levine.
Hoewel de herrijzenis van Schiaparelli met enthousiasme wordt begroet, is het nog maar de vraag of men in staat zal zijn de iconische geschiedenis van het modehuis eer aan te doen: de motivatie van mannen als Della Valle en De Lummet is puur berekenend – ze kopen een naam, pompen er geld in, gooien er een bekende ontwerper tegenaan en hopen dat mensen het gaan kopen. Misschien heeft Miuccia Prada, die samen met Schiaparelli werd geëerd in het Met, het wel het beste begrepen van iedereen.
‘I make clothes,’ zei ze tegen de New Yorker. ‘It’s silly.’.
Verschenen op hard//hoofd in de rubriek hard//talk, 9 mei 2012
Kunstige Kindertekeningen
april 29, 2012 § Geef een reactie
Voor hard//hoofd schreef ik deze semi-kunsthistorische beschouwing. Alle tekeningen zijn jeugdvlijt van de hard//hoofdredactie – de mijne zit in deel II!
In het Amsterdamse Cobra Museum opende onlangs de tentoonstelling Klee en Cobra: Het begint als kind. In deze naoorlogse internationale kunstbeweging – ‘CoBrA’ staat voor Kopenhagen, Brussel en Amsterdam – verenigden zich kunstenaars als Karel Appel, Corneille, Constant, Asger Jorn, Lucebert en Pierre Alechinsky . Wat hen bond was een afkeer van artistiek intellectualisme, en de zoektocht naar een primitieve naïviteit die nog wel te vinden was in de belevingswereld van het kind, of bepaalde vormen van niet-westerse kunst. ‘Ik schilder als een barbaar in deze barbaarse tijd,’ zei Karel Appel. Hij smeet de verf letterlijk op het doek, en zijn kunst vol vogels, katten en vreemdgevormde figuren was waarschijnlijk de oorsprong van de denigrerende uitspraak: ‘dat kan mijn kleine broertje ook,’.
Een groot voorbeeld voor Cobra was de Zwitser Paul Klee (1879-1940), die zich liet inspireren door de ‘ongekunstelde, authentieke expressie’ in de tekeningen van zijn zoontje Felix. Een aantal van Klee’s dromerige en vaak ook humoristische schilderijen vol fantasiedieren en veelkleurige landschappen, zijn nu te zien in het Cobra Museum.
Hoe ongekunsteld expressief was de hard//hoofdredactie in haar jonge jaren? We zochten onze eigen kindertekeningen op, jarenlang zorgvuldig bewaard door trotse ouders, en hielden ze kritisch tegen het licht. Inderdaad kwam de associatie met Cobra meteen naar boven, maar sommige van deze tekeningen deden sterk denken aan andere periodes uit de kunstgeschiedenis. Kijk en vergelijk!
Marieke, 3 jaar, Marieke met Hond (1988)
Constant, Fauna (1949)

Het prachtige Marieke met Hond lijkt een visuele echo te krijgen in dit schilderij van Cobra-kunstenaar Constant: de gele figuur in het midden vertoont een frappante gelijkenis met Mariekes hond. Constant zei ooit: ‘Het kind kent geen andere wet dan zijn spontaan levensgevoel en heeft geen andere behoefte dan dit te uiten’, terwijl ‘de mens van heden in een morbide sfeer van onechtheid, leugen en onvruchtbaarheid moet leven.’
Roos, 9 jaar, Nijlpaard Tanja (1997)
Franz Marc, Great Blue Horses (1911)
Nijlpaard Tanja, een ontroerend portret van de in 2009 overleden Artis-inwoner, doet denken aan de dierenportretten van expressionist Franz Marc. Marc maakte vaak gebruik van diepblauwe tinten, die bij hem kracht, spiritualiteit en mannelijkheid symboliseerden. Roos bewijst met Tanja dat kracht en spiritualiteit niet seksegebonden zijn.
Sara, 5 jaar, samen met haar opa, Sara met Kat
Pierre-Auguste Renoir, Julie Manet met Kat (1887)
Sara met Kat is een artistieke samenwerking van Sara en haar opa. Het liefdevolle portret wordt compleet gemaakt door de expressieve bijdragen in kleur en vorm van Sara zelf, die het klassieke beeld een moderne edge geven. Renoir schilderde dit impressionistische portret in 1887. Zijn model was de latere kunstverzamelaar en dochter van kunstenares Berthe Morisot: Julie Manet. Net als bij Sara met Kat is er een spannend contrast tussen het fijn geschilderde gezichtje en de impressionistische tonaliteit van de rest van het schilderij.
Melle, 4 jaar, Fruitschaal Zonder Peren (1988)
Georges Braque Stilleven: De Tafel (1928)
Georges Braque, samen met Picasso oprichter van het Kubisme, schilderde tot 1955 voornamelijk stillevens. De fragmentatie van objecten stelde hem in staat om ‘ruimte en beweging in de ruimte tot stand te brengen’. De scherpe vormen in Melles Fruitschaal doen denken aan de hoekige structuren van het kubisme, waarbij hij de essentie van de fruitschaal terug wist te brengen tot het absolute minimum.











